LAMBIER LE PONDEUR


SAMENHANG VAN GEBEURTENISSEN EN EINDCONCLUSIE

Hadden een of meer van deze hoofdrolspelers mogelijk een relatie met Lambier?
Italiaanse bisschoppen namen in die tijd, zeker op buitenlandse reizen, hun eigen Italiaanse staf mee. Van Onufrius is bekend dat hij vanuit Rome naar Maastricht reisde in gezelschap van 25 begeleiders, zoals gebruikelijk te paard en met karossen om de bagage van het hoge gezelschap te vervoeren. In juli en augustus 1468 was hij in Antwerpen en Brugge. Pas in september keerde hij terug naar Luik. Lambier schreef 19 augustus zijn naam in de Caestertgroeve. Hierdoor kunnen we een relatie tussen Lambier en Onufrius gevoeglijk uitsluiten.

Ook is een relatie met Karel de Stoute onwaarschijnlijk, want dan zou Lambier lid van het Bourgondische hof moeten zijn geweest en zou zijn naam prijken op de lijsten van de Bourgondische hofhouding uit die tijd25. Dat is niet het geval. In juli en augustus 1468 bevond het gehele hof zich in Brugge en Gent voor het huwelijk van Karel de Stoute met Margaretha van Engeland. Dat één lid zich kon onttrekken aan de festiviteiten en de gelegenheid had zijn naam in de Caestertgroeve te vermelden, lijkt uitgesloten.

Een verband met de Franse koning Lodewijk XI lijkt evenmin tot de mogelijkheden te behoren: We hebben al gezien dat op basis van vorm en stijl van het opschrift Lambier gezien kan worden als een vakman en artiest, die door zijn werk waarschijnlijk een bevoorrechte positie in de toenmalige maatschappij vervulde. Een Franssprekende Luikenaar met een relatie met de Franse koning - de grootste vijand van Karel de Stoute - lijkt uitgesloten.

Dat Lambier le Pondeur in Luik woonde en werkte lijkt aannemelijk; verderop in deze uiteenzetting wordt daar nog op teruggekomen.
En tenslotte de vraag: had Lambier dan iets te maken met de prins-bisschop Louis de Bourbon?
Het is een opvallende coïncidentie dat Lambier zich op vrijdag 19 augustus in de Caestertgroeve bevindt en dat 23 augustus Louis de Bourbon met zijn luxe schuit van Luik naar Maastricht reist. Hij is in gezelschap van zijn hofhouding en ook het hoogste rechtscollege van het bisdom gaat met hem mee. Begeleid door vrolijke muziek van een harmonie steekt de boot in Luik van wal terwijl een verontwaardigde en wanhopige bevolking toekijkt. Nu bestond een hofhouding van een prins-bisschop in de middeleeuwen uit lijfwachten, een of meer secretarissen, een chroniqueur, priesters, een kok en zijn keukenpersoneel, talrijke bedienden, een chirurgijn, en meestal nog een theoloog, verschillende juristen en gerechtsdienaren en natuurlijk: minstens één nar.
De lijfwacht zal gezien de haat van de Luikse bevolking tegen hun prins-bisschop wel de omvang van een klein leger hebben gehad dat langs de beide Maasoevers met de boot meetrok
Voor een groot deel van de hofhouding was op de schuit geen plaats en dus reisde een deel van het gezelschap onder bescherming van de gewapende macht langs of op de Maas richting Maastricht. Het moet niet uitgesloten worden geacht dat Lambier le Pondeur deel uitmaakte van dit reizende en bonte gezelschap.

Nogmaals Lambier le Pondeur
Eerder hebben we vastgesteld dat Lambier op basis van stijl en vorm van zijn opschrift het vak van kalligraaf als een vakman moet hebben beheerst. Vervolgens hebben we gezien dat er in Luik en omgeving rond het einde van de vijftiende eeuw (minstens) een negental mensen met de naam le Pondeur heeft geleefd en gewerkt. Enkele van hen waren succesvol kunstenaar en welgesteld. Het is niet uitgesloten dat Lambier le Pondeur met een of meer van deze le Pondeurs een (familie)relatie had. Vermeld is tenslotte hoe de speurtocht naar zijn identiteit voortgezet zou kunnen worden.
Maar met dit alles hebben we nog geen antwoord op de vraag hoe hij daar op 19 augustus 1468 in de Caestertgroeve terecht kwam. Een juist antwoord op die vraag zullen we welhaast zeker nooit kunnen geven, noch vinden. Het blijft gissen waarom hij daar op die zomerdag bij de ingang van de groeve verscheen, diep de groeve inwandelde en daar zijn tekst schreef. De dramatische gebeurtenissen van die tijd, waarvan we de voornaamste hierboven samenvattend hebben beschreven zijn door verschillende historici15a 15b 15c 15d 15e 15f 15g 15h 15i uitvoerig gedocumenteerd. Daardoor weten we meer van deze periode dan van menig ander tijdvak. We kunnen met die informatie een vrij nauwkeurige situatie schetsen van het maatschappelijk leven in die tijd.
Na de verwoesting van Dinant in 1466 en de afstraffing van Luik in 1467 zwierven er door het Maasdal vele duizenden vluchtelingen en bannelingen. Die barre toestanden hebben ongetwijfeld geleid tot de vorming van bendes, die al of niet met geweld eten, kleding, geld en onderdak probeerden te bemachtigen. Roversbenden zullen door de streek hebben getrokken en slaags zijn geraakt met de ordehandhavers van de prins-bisschop en de soldaten die Karel de Stoute in het gebied heeft gestationeerd.
Lambier lijkt mij geen deel te hebben uitgemaakt van zo'n groepering, want dan ga je niet op stap met teken- of schildersspullen en vermeld je niet pontificaal je naam midden in de Caestertgroeve.
In ieder geval is het daar in de zomer van 1468 in het Maasdal niet pluis en daaruit valt met enige zekerheid af te leiden dat een bemiddeld iemand als Lambier niet zonder bescherming door het gebied reist. Hij kan natuurlijk te paard of in een koets, met zijn beschermers, op weg zijn geweest naar een opdrachtgever en bij de groeve, bijvoorbeeld omdat het daar zo koel was op die hete zomerdag of omdat er een onweer losbarstte, een stop hebben gemaakt.
Meer waarschijnlijk lijkt mij dat er een verband bestaat tussen de aanwezigheid van Lambier op 19 augustus bij de Caestertgroeve dicht bij de Maas en de reis van prins-bisschop Louis de Bourbon reizend per schuit van Luik naar Maastricht enkele dagen later op 23 of 24 augustus 1468.
We hebben al gezien dat Louis de Bourbon ongevoelig is voor de kommer en kwel van de Luikse bevolking en dat hij met zijn hofhouding plus zijn hoger gerechtshof op de vlucht is voor de woedende en opstandige Luikenaren die opnieuw naar de macht grijpen. Ongetwijfeld ging dat gepaard met het nodige militaire vertoon dat hem en zijn gevolg moest beschermen op zijn reis. De boot zal maar aan een bescheiden gezelschap plaats hebben geboden: de meesten zullen langs beide oevers van de Maas met hem zijn meegereisd. Of een dag eerder of later de reis hebben gemaakt. Een bemiddelde Lambier kan goed in dit gezelschap gepast hebben en bezig zijn geweest met een opdracht voor Louis de Bourbon.
Pogingen om in de Luikse archieven of elders in de literatuur informatie te vinden over de personele samenstelling van de hofhouding van Louis de Bourbon hebben geen resultaat opgeleverd23.
De mogelijkheid dat Lambier deel heeft uitgemaakt van de hofhouding zie ik eigenlijk als meest realistisch: Lambier, een jong en gezond kunstenaar, reizend te paard, avontuurlijk ingesteld, klimt uit nieuwsgierigheid vanaf de Maasoever naar de ingang van de groeve, ontmoet daar een blokbreker die voorzien van een fakkel of olielampje met hem diep de groeve inwandelt. Midden in de groeve schrijft Lambier met een houtskoolstift met sierlijke letters zijn naam. Buiten aangekomen voegt hij zich opnieuw bij het reizende gezelschap van de bisschop richting Maastricht.
Het blijft een hypothese die we, zoals gezegd, zeer waarschijnlijk nooit zullen kunnen toetsen. Het is echter wel een aannemelijke verklaring voor de aanwezigheid van dat oudst bekende, met fraaie gotische letters geschreven handschrift in de regionale mergelgroeven.

Þ  verder...
Ü   terug
Þ   snelkeuzemenu
Ü
   terug naar de rubriek "artikelen"