LAMBIER LE PONDEUR


ONDERZOEK NAAR DE IDENTITEIT VAN LAMBIER LE PONDEUR

IN HET RIJKSARCHIEF IN LUIK


Inleiding

In mijn speurtocht naar de identiteit van Lambier le Pondeur ben ik er vanuit gegaan dat hij in de vijftiende eeuw een bekend en welgesteld persoon in de Maasvallei moet zijn geweest. De deskundigheid waarmee hij het handschrift op de mergelwand zette wijst in die richting. Lange tijd koesterde ik dan ook de opvatting dat zijn naam, of delen van zijn naam, "Lambier" of "pondeur", wel vermeld zouden staan in een van de talrijke publicaties met opsommingen van belangrijke en bemiddelde middeleeuwse personen. In de loop der jaren raadpleegde ik daarom vele burgerboeken, namencollecties, charters, indexen en biografieën maar in geen enkele verzameling van namen kwam ik een Lambier le Pondeur tegen. Ook in overzichten van namen van middeleeuwse schilders en andere kunstenaars in België en Nederland heb ik zijn naam niet aangetroffen.
De verzamelingen die ik opspoorde en raadpleegde bevatten in totaal enkele tienduizenden namen, voornamelijk vermeld in boeken, tijdschriften en andere publicaties aanwezig in de bibliotheken van Maastricht (Universiteitsbibliotheek en Stadsbibliotheek) en Nijmegen (Radboud Universiteitsbibliotheek). Voor het vinden van de juiste bibliografische gegevens en de locatie van dit materiaal maakte ik in de Nijmeegse Universiteitsbibliotheek gebruik van PiCarta26.
In deze bibliotheek raadpleegde ik bovendien databestanden zoals de Getty Research Databank met 200.000 namen van kunstenaars die vanaf 1400 geleefd hebben, maar ook hier schitterde Lambier (of pondeur) door afwezigheid. Ook vroeg ik aan verschillende gespecialiseerde (kunst)historici in België en Nederland advies over de plekken waar ik de naam van Lambier zou kunnen vinden, maar geen van die adviezen leverde succes op.
In het Rijksarchief Limburg in Maastricht, thans Regionaal Historisch Centrum Limburg, kreeg ik van een hulpvaardige archivaris te horen dat hij de vraag naar Lambier le Pondeur al eens eerder had gehoord. Helaas moest hij mij teleurstellen; wel gaf hij mij aanwijzingen over dossiers waarin ik Lambier misschien kon vinden. Ook in het (toenmalige) Stadsarchief van Maastricht was de vraag al eerder gesteld en was het antwoord negatief. Ik heb op deze twee locaties geen verder onderzoek naar Lambier le Pondeur uitgevoerd.

Zoeken in het Rijksarchief in Luik

Lambiers tekst in de Caestertgroeve is een Franse tekst en dus is het logisch in het Franstalige gebied van het Maasdal naar zijn herkomst te zoeken. Het Rijksarchief Luik komt daarvoor als eerste in aanmerking. Een eerste oriënterend gesprek met de archivaris27 werpt vruchten af: hij mailt mij een week later maar liefst vier verwijzingen in de Luikse archieven naar de familienaam le Pondeur. Het zijn: Antoine Cautel alias le Pondeur28, Le Pondeur (Tilman)30, ene Guillaume le Pondeur en zijn broer Jean le Pondeur29. Zelf vind ik in de boekenverzameling van het archief nog een vijfde (Laurent) le Pondeur31. Een Lambier le Pondeur is er helaas niet bij.
Een jaar later is het contact al zo goed dat een medewerkster van het archief, die systematisch akten van overdracht van goederen in Luik en omgeving archiveert, voor mij 10.600 fiches, over akten opgesteld tussen 1400 en 1500, op de naam le Pondeur onderzoekt. Behalve de vier mij reeds bekende heeft zij daarbij geen nieuwe Pondeurs kunnen ontdekken.

Voornaam of familienaam?

Vanaf het begin van mijn onderzoek is er discussie geweest over voor- en familienaam van Lambier le Pondeur. Was Lambier de voornaam en le Pondeur zijn achternaam of was Lambier een familienaam van iemand die schilder was? De Luikse archivaris en de medewerkster leggen een duidelijk verband tussen het beroep schilder = peintre en de familienaam le Pondeur. In de middeleeuwen speelde vooral bij de stedelijke ambachtsbevolking de voornaam een belangrijke rol en werd minder waarde gehecht aan een familienaam. Vaak kreeg iemand naast zijn voornaam de naam van het beroep dat hij uitoefende of de plaats waar hij vandaan kwam. Die naam kon ook veranderen als de omstandigheden van de persoon veranderden. Zo verbaast het niet dat Antoine le Pondeur in Gent bekend stond als Antoine Cautel en Antoine de Gand en in Luik naast zijn naam Antoine le Pondeur ook nog Antoine de Liège werd genoemd. In Vlaamse literatuur wordt de naam le Pondeur voor zover mij bekend niet gebruikt en wordt hij voornamelijk Anthonis Cautel genoemd32.De beroepsnaam le pondeur moet volgens de archivaris gezien worden als familienaam die samen met de voornaam in de officiële akten en geschriften vermeld wordt. Op grond van deze uitspraak schrijf ik in deze publicatie Pondeur als familienaam met een hoofdletter.

Verder zoeken in het Rijksarchief in Luik

In een volgende bezoek aan het archief samen met een Franssprekende collega33 wordt dieper ingegaan op mijn zoektocht naar de identiteit van Lambier le Pondeur. Dat leidt tot nadere informatie over middeleeuwse Luikse burgers met de naam le Pondeur. Ook wordt duidelijk dat het onderzoek van de archiefmedewerkster voornamelijk gericht is op oude akten over aankoop en verkoop van onroerende goederen en op huwelijksakten in Luik en naaste omgeving. Voor mij beperkt zij zich tot het doornemen van akten afgesloten in de periode 1400 - 1550. Valt nog te vermelden dat in het Luikse archief geen geboorteakten uit die tijd aanwezig zijn; die zijn samen met andere belangrijke archiefstukken in de Eerste en Tweede Wereldoorlog verloren gegaan.
Er zijn mij thans (mei 2007) vanuit het Luikse Rijksarchief zeven personen bekend met de (familie)naam le Pondeur. Behalve de vier bovenvermelde zijn dat: Maître Art le Pondeur uit 1506 34, Lambert le Pondeur en zijn zoon Gilles le Pondeur die in 1550 huwt met Maeken Fabry35. Kennis over hun onderlinge relaties is in eerste instantie beperkt; het betreft een vader-zoon-relatie (Lambert le Pondeur en Gilles le Pondeur) en twee broers (Guillaume en Jean le Pondeur). Samen met de door mij gevonden Laurent le Pondeur hebben we nu dus acht le Pondeurs opgespoord. Van deze acht zijn er vijf die een pand kopen; dat moeten dus in die tijd welgestelde burgers zijn geweest.

fig. 8 Gedeelte van het contract van de aankoop van een huis door Antoine le Pondeur in 1479; Rijksarchief Luik
fig. 8
Gedeelte van het contract van de aankoop van een huis door Antoine le Pondeur in 1479; Rijksarchief Luik

Het was een gelukkig toeval in augustus 2006 te ontdekken dat ik via de Nijmeegse Universiteitsbibliotheek het Allgemeines Künstlerlexikon - Internationale Künstlerdatenbank (AKL - IKD), een Duitse database, kon raadplegen. Met de zoekterm "le pondeur" komt er een Antoine Cautel, alias Antoine le Pondeur tevoorschijn, ons al eerder bekend vanuit het Luikse archief.
Maar in tegenstelling tot het Luikse archief bevat de databank biografische gegevens en een aantal nuttige literatuurverwijzingen over Antoine le Pondeur. Daar verschijnt ook de zoon van Antoine, Martin le Pondeur, op het toneel van het groeiend aantal, nu dus negen, le Pondeurs.

Wie waren die Pondeurs en waren ze familie van elkaar?

Sinds 1454 is de Gentse schilder Antoine le Pondeur, dus ook wel Antoine Cautel genaamd, werkzaam in Luik. Voor verschillende kerken in Luik, Namen, Huy en Waremme krijgt hij opdrachten36. Hij maakt retabels en schilderijen en verguldt en stoffeert beeldhouwwerk in de stijl van de Vlaamse primitieven. Antoine huwt in 1454 in Luik met Jeanne Tulkin en krijgt een zoon, Martin le Pondeur, ook weer met een tweede naam; Martin Gilles37;42. Hij wordt door zijn vader opgeleid in het schildersvak; beiden maken naam als kunstenaar en verwerven rijkdom en bezittingen zoals uit een studie van J.Yernaux blijkt37.

Talrijke 15e eeuwse kunstenaars en sommige van hun werken zijn archivalisch gedocumenteerd en met naam en toenaam bekend. Anderzijds is het grootste aantal van de heden nog bewaard gebleven schilderijen van de Vlaamse primitieven niet gesigneerd en zijn de makers onbekend gebleven. Op grond van verzamelde documentatie, stijlkenmerken, gebruikte materialen en andere specifieke gegevens is een aantal werken van de Vlaamse primitieven terug te voeren op schilders uit die tijd. Bestudering van 15e eeuwse bewaard gebleven rekeningen van rijke kloosters en kerken heeft informatie opgeleverd over de aard, de kosten en de maker van vele schilder- en andere kunstopdrachten uit die tijd. Zo zijn verschillende werken van Antoine le Pondeur en zijn zoon wel archivalisch gedocumenteerd maar in de loop der tijd verloren gegaan. Voor zover bekend is van Antoine le Pondeur alleen bewaard gebleven een grafpaneel van de Madonna met de Vlinder dat zich momenteel in de schatkamer van de Sint-Pauluskathedraal in Luik bevindt. Het wordt althans aan Antoine le Pondeur toegeschreven32.

Fig. 9 La vierge au papillon/Madonna met de vlinder. 101 X 92 cm. Omstreeks 1459.
Fig. 9
La vierge au papillon/Madonna met de vlinder. 101 X 92 cm. Omstreeks 1459.
Grafpaneel van kanunnik de Molendino. Toegeschreven aan Antoine le Pondeur.
Aanwezig in de schatkamer van de Sint-Pauluskathedraal te Luik.

Vader Antoine overlijdt op hoge leeftijd in 1513 of 1514 in Luik. Zoon Martin le Pondeur vervolgt zijn productieve en artistieke leven in welstand en overlijdt tussen 1538 en 154038.
Antoine le Pondeur wordt vermeld in het Luikse rijksarchief omdat hij in 1460 een huis koopt van Henri Cranendonck28. Maître Art le Pondeur koopt in 1506 een huis in Luik34. In 1479 koopt Antoine le Pondeur nogmaals een huis in Luik nu van een kapittelheer van de Sint-Pauluskerk39. Zo zijn we in het archief ook de andere le Pondeurs op het spoor gekomen. Le Pondeur (Tilman) koopt een pand in 145140. Guillaume le Pondeur en zijn broer Jean le Pondeur kopen in 1452 een huis van Jean Lambechon29 en een le Pondeur (Gilles) doet datzelfde in 1462 in Pepinister tussen Luik en Verviers 41. Tenslotte vinden we in het Luikse archief nog een Laurent le Pondeur, weldoener van de parochie St. R‚my, die in 1479 een schenking doet aan deze parochie31. Bij de huwelijkscontracten komen we een Gilles le Pondeur tegen die in 1550 trouwt met Maeken Fabry en de zoon is van ene Lambert le Pondeur35.

Van de negen le Pondeurs uit de periode 1450-1550, die we nu gevonden hebben is momenteel niet veel meer bekend dan we hierboven hebben vermeld. Kenmerkend is dat ze allen geleefd hebben binnen een periode van honderd jaar en ook allen een zekere mate van welstand genoten. Minstens vier van hen beoefenden het schildersvak, minstens twee succesvol. We zien dat er tweemaal een vader-zoon relatie bestaat en eenmaal is er sprake van twee broers. Verdere familierelaties kunnen we niet bewijzen maar wel met enige zekerheid aannemen. Het komt in de middeleeuwen vaker voor dat in een gilde of ambacht generaties lang een bepaalde familie de overhand heeft en bepalend is voor de kwaliteit van het eindproduct43. Aan het vak verwante activiteiten kunnen in een en dezelfde familie voorkomen. Zo is bekend dat Antoine le Pondeur zijn schilderwerk vaak verguldde, dat zijn zoon Martin zich daarin verder bekwaamde en zelfs lid werd van het gilde der edelsmeden38.

Keren we terug naar onze Lambier le Pondeur. Het is niet waarschijnlijk dat hij identiek is met de Lambert le Pondeur waarvan de zoon Gilles le Pondeur in 1550 trouwt met Maeken Fabry; daarvoor zijn de leeftijdsverschillen te groot. Dat Lambier deel uitmaakte van de Luikse le Pondeursfamilie van kunstenaars-schilders is mogelijk maar kan (nog) niet duidelijk aangetoond worden. Lambier bezit, gezien de kwaliteit van zijn tekst in de Caestertgroeve, kennis en bekwaamheid als kalligraaf en verluchtiger van teksten. Dat vak is, zeker in de middeleeuwen, nauw verwant aan het kunstschilderen. En dat deze specialismen van het kunstenaarsvak naast elkaar voorkomen in een en dezelfde familie is - in heden en verleden - geen onbekend verschijnsel.

Conclusies:

- De naam "le Pondeur" duikt tussen 1400 en 1550 negen maal op in het Luikse Rijksarchief en in  gespecialiseerde literatuur. Dat wijst erop dat die naam in die periode niet onbekend was in het Maasdal bij Luik. Het is mogelijk dat Lambier le Pondeur een (familie)relatie had met een of meer van deze Le Pondeurs, maar bewijs daarvoor bestaat (nog) niet.
- De zoektocht naar de identiteit van Lambier le Pondeur zou succes kunnen opleveren door onderzoek van rekeningen van kloosters, kerken en gemeenten uit de periode 1450 - 1550. Het is namelijk aannemelijk dat hij in opdracht van een of meer van die instanties een (kunst)opdracht heeft uitgevoerd en dat verrekening van de kosten in een van die rekeningen vermeld is. In het Rijksarchief Luik zijn een aantal rekeningen uit die tijd aanwezig. Probleem daarbij is dat voor zo'n studie kennis nodig is zowel van de oud-franse taal als van de leesbaarheid van de handschriften uit die tijd.

Þ  volgende
Ü   terug
Þ   snelkeuzemenu
Ü
   terug naar de rubriek "artikelen"