LAMBIER LE PONDEUR


DE HISTORISCHE GEBEURTENISSEN VAN 1465 - 1470

Inleiding

Voor een beter begrip van het tijdvak en de omstandigheden waarin Lambier de Caestertgroeve bezocht geef ik hieronder een samenvatting van een aantal gebeurtenissen die in december 1468 leidden tot de dramatische vernietiging van de stad Luik. Ik baseer mij daarbij op historisch onderzoek dat in vele (voornamelijk Belgische) boeken en geschriften zijn neerslag heeft gevonden en waarin deze gebeurtenissen uitvoerig zijn beschreven15a 15b 15c 15d 15e 15f 15g 15h 15i. Merkwaardig is dat in de Maastrichtse historische literatuur nauwelijks of geen aandacht wordt besteed aan dit drama dat op nauwelijks dertig kilometer van Maastricht verwijderd plaatsvond16.
We zullen zien dat deze gebeurtenissen in Luik in belangrijke mate in verband kunnen worden gebracht met het bezoek van Lambier aan de groeve op 19 augustus 1468.

De hoofdrolspelers in het Luikse drama van 1468

Zonder twijfel is 1468 in de geschiedenis van Luik het meest lugubere jaar in haar bestaan: de stad wordt in dat jaar door het leger van een geobsedeerde, woedende Karel de Stoute aangevallen, geplunderd, in brand gestoken en met uitzondering van de kerken, de kloosters en het prinsbisschoppelijk paleis, volledig verwoest.
De vernietiging van de stad is een uitvloeisel van een machtsstrijd om geld, grondbezit, privileges en rechten met vijf hoofdrolspelers: Karel de Stoute, hertog van Bourgondië, die zijn hertogdom verder wil uitbreiden tot een rijk dat zich zou moeten uitstrekken van de Middellandse zee tot de Noordelijke Nederlanden, Louis de Bourbon, prins-bisschop van Luik, die tussen 1465 en 1470 zijn invloed en macht in het bisdom zienderogen ziet afnemen, de Luikse bevolking, die in een langdurige twist over de afdracht van belastinggelden en verworven rechten en privileges regelmatig naar de wapenen grijpt, Lodewijk XI, koning van Frankrijk, die de Bourgondische uitbreidingspolitiek fel bestrijdt en de Luikenaren gebruikt om Karel de Stoute te dwarsbomen, en tenslotte bisschop Onufrius, pauselijk legaat, door paus Paulus II naar Luik gestuurd om de vrede tussen stad en vorst te herstellen.

De hertogen van Bourgondië

De periode 1440-1465, onder het bewind van hertog Philips de Goede, is voor de Bourgondische gewesten een tijd van vrede en welvaart. De hertog laat geen twijfel bestaan over zijn monarchale ambities. Hij, en reeds eerder zijn voorgangers, ontwikkelen een stijl van uitzonderlijke pracht en praal, in een hofcultuur die vooral macht en rijkdom moet uitstralen met maaltijden en banketten grootser en overvloediger dan ooit voorheen. Ook de kunsten krijgen onder Philips de Goede ongekende mogelijkheden voor ontplooiing. Met vele opdrachten aan vooraanstaande kunstenaars verzamelt hij een prachtige en indrukwekkende hoeveelheid kunst op zich heen15d.


fig. 15 Sfeerbeeld van het Bourgondische hof. Philips de Goede ontvangt een prachtig ingebonden boek. (J. de Travernier 1457)
fig. 15
Sfeerbeeld van het Bourgondische hof. Philips de Goede ontvangt een prachtig ingebonden boek. (J. de Travernier 1457)

De belastingen worden laag gehouden. Steden zoals Brugge, Dinant en Luik, koppelen hoge welvaart aan stijgende onafhankelijkheid, waarbij de invloed van adel en geestelijkheid op gelijke voet afneemt als de rechten en privileges van gilden en ambachten toenemen.
De zoon en opvolger van Philips, Karel de Stoute, hertog van Bourgondië, is veel ernstiger en rechtlijniger dan zijn vader en brengt met zijn tomeloze energie, fysieke moed en vooral zijn onbuigzaam karakter weldra steden, gewesten en staten tegen zich in opstand. Als bekwaam en moedig veldheer richt hij een professioneel leger op dat bijna altijd in veldslagen en bij belegeringen de overmacht heeft en overwint.
Zijn krijgstochten financiert hij voornamelijk uit meermaals verhoogde belastingen en uit hoge boetes en dwangsommen die hij de opstandige steden oplegt. In de steden leidt dit steeds opnieuw tot opstanden en oorlogen met de hertog.
Hij is ongetwijfeld de hoofdrolspeler in de tragische gebeurtenissen die zich tussen 1465 en 1468 in het Maasdal afspelen15h.


fig. 16 Twee verschillende afbeeldingen van Karel de Stoute
fig. 16
Twee verschillende afbeeldingen van Karel de Stoute

Prins-bisschoppelijke relaties

Philips de Goede heeft al in 1456 van de paus gedaan gekregen dat zijn neef Louis de Bourbon benoemd wordt tot prins-bisschop van Luik. De onhandige, zorgeloze en frivole jongeman is bij zijn benoeming achttien jaar oud en voorlopig vrijgesteld van de geestelijke wijdingen die vereist zijn voor het bisschopsambt. Hij heeft weinig van een geestelijk herder en is de jacht, de eettafel en andere geneugten van het menselijk bestaan meer toegedaan dan de kerkelijke diensten. Meer nog dan zijn voorgangers slaagt hij er in binnen de kortste keren zijn onderdanen tegen zich in het harnas te jagen.
In 1468 als de gehele Luikse bevolking zwaar getroffen wordt door de opgelegde strafmaatregelen van Karel de Stoute, laat hij een luxe boot bouwen waarmee hij in het zicht van een jammerende bevolking gaat spelevaren op de Maas. Hij krijgt het om meerdere redenen aan de stok met de Luikenaren en moet verschillende malen de stad ontvluchten voor een woedende hem belagende bevolking.

fig. 17 Louis de Bourbon (1438 ? 1482) hier geportretteerd in 1456 op achtienjarige leeftijd
fig. 17
Louis de Bourbon (1438 ? 1482) hier geportretteerd in 1456 op achtienjarige leeftijd


De Luikse bevolking slaat terug

Zoals in zovele middeleeuwse steden bestaat de Luikse bevolking uit verschillende lagen met verschillende invloeden en macht, die nogal eens verschuiven. De adel en geestelijkheid in Luik hebben in die jaren slechts een beperkte macht. Ze hebben een zetel in de stadsraad, die verder bestaat uit gildenmeesters, afgevaardigden van de prins-bisschop, kanunniken en enkele invloedrijke burgers. De invloed van de gildenmeesters en burgers neemt allengs toe en wordt in de periode 1465 - 1468 regelmatig uitgebreid met jonge opstandige Luikenaren uit de lagere bevolkingsgroepen. De Luikse bevolking vormt geen eenheid; naast opstandige elementen zijn er gematigden die helemaal geen oorlog wensen.
Het is dus beslist niet zo dat de gehele Luikse bevolking in die tijd een en hetzelfde standpunt inneemt: de adel, de hogere en lagere geestelijkheid, de gilden en de ambachten (les métiers), en de arme, onderste lagen van de bevolking hebben elk hun eigen belangen en ambities en vormen, al naar gelang de situatie, wisselende coalities in de verwarde oorlogssituatie van 1465 - 1468.
Men kan zeggen dat de Luikenaren opkomen voor hun verworven rechten en privileges, die regelmatig door de regerende prins-bisschop Louis de Bourbon of hertog Karel de Stoute worden geschonden.

De koning van Frankrijk; een volgende machtsfactor

Koning Lodewijk XI van Frankrijk speelt in de conflicten die de Luikenaren hebben met de prins-bisschop en Karel de Stoute, een dubieuze rol, die hem meerdere malen bij confrontaties met Karel de Stoute in grote problemen brengt. Hij heeft de aard om in elk conflict te infiltreren als dat nuttig voor hem kan zijn. Onbezorgd verbreekt hij verdragen, zoals zijn verdrag met de Luikse bevolking tegen Karel de Stoute.


fig. 18 Koning Lodewijk XI te midden van zijn hofhouding
fig. 18
Koning Lodewijk XI te midden van zijn hofhouding


Karel probeert als hertog van Bourgondië met geld, uithuwelijken en oorlogvoeren zijn hertogelijk grondbezit, vooral ten koste van Frankrijk, verder uit te breiden tot een aaneengesloten rijk tussen de Bourgondische gewesten. De Franse koning die na beëindiging van de honderdjarige oorlog met Engeland, eindelijk weer aandacht kan besteden aan de wederopbouw van zijn rijk en de herovering van verloren gebied, verzet zich hevig tegen deze politiek en schuwt niet daarvoor een coalitie aan te gaan met de Luikenaren.

Pauselijke inmenging

De vijfde maar zeker niet minste hoofdrol in het Luikse drama van 1468 is weggelegd voor de pauselijk legaat Onufrius, bisschop van Tricaria in Calabrië, die er in februari 1468 door paus Paulus II op uitgestuurd wordt om in Luik de vrede te herstellen, maar in werkelijkheid om te voorkomen dat het prinsbisdom in handen valt van Karel de Stoute. Onufrius wordt door Wouters17 beschreven als edelman uit een gerespecteerd Romeins geslacht, een hoogstaand persoon, geleerd, rechtvaardig en oprecht, vermoedelijk té oprecht voor de internationale politiek en zeker voor het oplossen van het Luikse oorlogsconflict. Na een lange reis over de Alpen arriveert hij op 27 april 1468 in Maastricht, waar hij de relieken van Sint-Servatius vereert en door de kanunniken van de St. Servaaskerk ontvangen wordt. Een bootreis over de Maas brengt hem naar Luik waar een enthousiaste menigte hem ontvangt. En dan begint zijn wanhopige strijd tegen de onafwendbare loop der gebeurtenissen18.

Het verloop van het krijgsgewoel 1465 - 1468

We zullen nu de lugubere gebeurtenissen tussen 1465 en 1468 nader bezien en een poging doen daaruit af te leiden hoe de situatie in het Maasdal tussen Luik en Maastricht in de zomer van 1468 er uit zag. Daarmee kunnen wij ons een beeld vormen van de omstandigheden waaronder Lambier le Pondeur die 19e augustus zich naar de groeve begaf en daar zijn naam op de muur schreef. We zullen een vreemde coïncidentie van gebeurtenissen zien waaruit we conclusies over het groevebezoek kunnen trekken.

In 1465 is prins-bisschop Louis de Bourbon uit Luik gevlucht en zetelt met zijn hof en hoger gerechtshof in Huy. De Luikenaren sluiten een verdrag met Lodewijk XI, koning van Frankrijk, waarin hen bescherming wordt aangeboden tegen Karel de Stoute. Aan het einde van het jaar wint Karel een veldslag tegen Lodewijk XI en dwingt hem het verdrag met de Luikenaren te herroepen. Het gezag van Louis de Bourbon wordt hersteld en deze keert terug naar zijn prins-bisschoppelijk paleis in Luik. De Luikenaren moeten een hoge dwangsom betalen en een groot deel van hun rechten wordt hen ontnomen. Dit verwarrende en onrustige jaar 1465 staat model voor de gebeurtenissen in de drie daaropvolgende jaren.

In 1466 en 1467 blijven de gemoederen verhit. In Dinant wordt het Bourgondisch hof van Philips de Goede beschimpt en beledigd. Dat leidt tot een afstraffing: Karel, vervuld van wraakzucht, verschijnt voor de poorten en neemt de stad in. Dinant wordt geplunderd en volledige verwoest15c; 19. Van de verwoesting moet tevens een ernstige waarschuwing uitgaan naar koning Lodewijk XI en de stad Luik. Intussen zwerven bannelingen en uit Dinant verdreven mensen door de Ardennen. Velen zoeken voor de winter onderdak in de steden zoals Namen en Luik, maar niet iedereen wordt daar toegelaten en zo blijven grote groepen vluchtelingen en ontheemden elders in het Maasdal rondzwerven.
In Gent overlijdt Philips de Goede. Karel de Stoute die hem opvolgt verslaat een leger van
opnieuw in opstand gekomen Luikenaren. Het vonnis dat de stad nu wordt opgelegd is vernederend en zwaar: een hoge dwangsom die moet worden betaald, alle privileges en verworven rechten worden geconfisqueerd, de ambachtsgilden worden opgeheven, de stad en het bisdom worden hun autonomie ontnomen en komen rechtstreeks onder gezag van de hertog. De stad moet ook haar omwalling en andere verdedigingswerken slechten en de grachten dempen. Tenslotte wordt het Luikse perron, symbool van stedelijke en bisschoppelijke vrijheid en autonomie gesloopt en overgebracht naar Brugge. Dit is voor Luik en het prinsbisdom wel de uiterste vorm van onderwerping en vernedering.


fig. 19 Afbraak van het Luikse perron in 1467. Op de achtergrond de Sint Lambertuskathedraal die in de Franse tijd werd afgebroken.
fig. 19
Afbraak van het Luikse perron in 1467. Op de achtergrond de Sint Lambertuskathedraal die in de Franse tijd werd afgebroken.

In 1468 komt het verzet van een heel andere zijde, nl. van Rome, dat er niets voor voelt om het kerkelijk vorstendom zonder meer te laten liquideren. In februari 1468 stuurt paus Paulus II de bisschop van Tricaria in Calabrië, Onufrius, als zijn legaat naar het prinsbisdom met de opdracht de vrede te herstellen, in werkelijkheid om Luik uit de handen van Karel de Stoute te houden17; 18.
Ondertussen zwerven honderden bannelingen en vluchtelingen langs de grenzen van het bisdom, belust op wraak op Karel de Stoute die hen in deze toestand gebracht heeft. Zwervers, avonturiers en mensen die have en goed verloren hebben sluiten zich bij hen aan, maar het gezelschap is verdeeld en heeft geen duidelijke leider. Onufrius probeert als bemiddelaar met de verschillende groeperingen te onderhandelen over vrede tussen het opstandige volk, de prins-bisschop Louis de Bourbon en hertog Karel de Stoute. In juni vertrekt hij naar Gent om daar Karel de Stoute te ontmoeten, maar die scheept hem met een feestmaal en vage toezeggingen af. Op 3 juli 1468 trouwt Karel met Margaretha van Engeland. Deze gebeurtenis is omgeven met veel Bourgondische pracht en praal. Maar dat weerhoudt Karel er niet van even later opnieuw de strijd aan te binden met de Franse koning Lodewijk XI. En dat geeft de Luikse opstandelingen dan weer de moed om hun strijd tegen de prins-bisschop en Karel de Stoute voort te zetten.
Een anonieme kroniekschrijver uit die tijd21 beschrijft hoe de prins-bisschop zich dat jaar gedraagt:
"Louis de Bourbon droomde alleen van toernooien en toneeluitvoeringen. Hij probeerde in zijn klein en bescheiden prinsdom de spelen en spektakels die hij had bijgewoond aan het Bourgondische hof na te bootsen. Hij wilde zelfs lijfwachten hebben die buitengewoon lang en prachtig uitgedost waren zoals die van de hertog. Hij haalde het in zijn hoofd om in de zwaar geteisterde stad die op een woestenij leek een feest te organiseren. Met het oog daarop liet hij een heel fraaie boot bouwen, een soort jacht, dat getooid was met bizarre schilderingen en allerlei ornamenten. Op die boot liet hij een podium aanleggen voor zijn acteurs en musici. Hij scheepte zich in met zijn hele hofhouding en zette op 23 augustus 1468 koers van Luik naar Maastricht, begeleid door de vrolijke muziek van een harmonie, terwijl de verontwaardigde en wanhopige bevolking toezag vanaf de Maaskade."

Adrien d'Oudenbosch22, een andere geschiedschrijver uit die tijd, vermeldt een soortgelijk bericht:

"Er werd voor de prins-bisschop Lodewijk de Bourbon een boot gebouwd met erop een houten verblijfplaats (ruimte) en op de top van de mast werd een loge aangebracht waarop vier artiesten met trompetten e.a. muziekinstrumenten konden plaatsnemen om hun muziek te laten horen. De dag daarop, feestdag van Sint Bartholomeus [24 augustus 1468], werd de boot groen geschilderd en vertrok de prins-bisschop vanuit Luik naar Maastricht. Maar 's morgens om 8.00 uur barstte er een vreselijk onweer los; de hele stadsbevolking geraakte in paniek. Hij die deze kroniek heeft geschreven bevond zich op dat moment in Luik op het eiland op weg naar de abdij van Sint Jacques. Daar vraagt hij aan de oudste monnik van Sint Jacques wat dit onweer betekende. De monnik zei dat het onweer een ramp voorspelde voor het Luikse gebied. De voorspelling kwam ook uit want het heeft later, voor de prins-bisschop terugkeerde naar Luik, hem als gevangene naar Tongeren gevoerd."

De bootreis vindt plaats vier (of vijf) dagen nadat Lambier zijn naam vermeldt in de - aan de route gelegen - Caestertgroeve.
Op 9 september hangen de Luikse opstandelingen Franse vlaggen uit en stellen zij zich onder het protectoraat van de Franse koning. Ondertussen probeert Onufrius de prins-bisschop terug naar Luik te halen. Hij bemiddelt voortdurend tussen verschillende groepen van opstandelingen en meer gematigden, met Louis de Bourbon en met afgezanten van Karel de Stoute. Het resultaat is dat de prins-bisschop naar Luik terugkeert en belooft een beter bestuurder te zijn. De Luikenaren, beducht voor de wraak van Karel de Stoute, sturen de prins-bisschop naar Karel om genade te vragen.


fig. 20 Luik in de 17e eeuw gezien vanuit het zuiden. De brug in het midden van de
fig. 20
Luik in de 17e eeuw gezien vanuit het zuiden. De brug in het midden van de
tekening is de Pont des Arches over de Maas

In oktober 1468 voert Karel vredesonderhandelingen met koning Lodewijk XI in het kasteel van Péronne. Karel krijgt daar het bericht dat de Luikenaren opnieuw, met steun van Lodewijk XI, in opstand zijn gekomen en krijgt een van zijn beruchte woedeaanvallen. Hij dwingt de koning om samen met hem naar Luik op te trekken20. Op 26 oktober verschijnen zij samen met Karel's leger voor de stad Luik. De Luikenaren zitten nu zonder omwalling, zonder wapens, zonder leiders en geven zich over. Op 30 oktober 1468 trekt het leger Luik binnen en beginnen plunderingen, verkrachtingen en moordpartijen. Karel wil dat de stad volledig wordt vernietigd. Die wordt daartoe door de legercommandanten in vier wijken verdeeld, systematisch verwoest en in brand gestoken. Uit Luxemburg en Maastricht worden hulpkrachten gehaald om de houten huizen naast de kerken af te breken zodat bij de brandstichting kerken en bisschoppelijk paleis behouden kunnen worden. De Maastrichtse hulpkrachten breken de Pont des Arches af, de enige stenen brug tussen de beide Maasoevers.
Luik moet volgens betrouwbare schattingen in die tijd tussen de 20.000 en 30.000 inwoners hebben gehad. Daarvan worden er in november en december 1468 vele duizenden opgehangen, geradbraakt, verdronken of anderszins vermoord en in de Maas gesmeten. Vele duizenden slaan op de vlucht en worden in de daaropvolgende wintermaanden door lokale heersers in de Ardennen en Maasvallei gevangen genomen of vermoord en als genoegdoening aan Karel de Stoute overgedragen.
Karel de Stoute verbiedt de wederopbouw van de stad, alleen enkele huizen die voor het personeel van de geestelijkheid zijn bestemd mogen herbouwd worden.
De pauselijk legaat Onufrius die zo zijn best heeft gedaan om de strijdende partijen tot vrede te bewegen en tussen de verschillende steden heen en weer reisde ontkomt ternauwernood aan een aanslag op zijn leven. Omdat hij volgens de Bourgondische legercommandanten achter het Luikse volk staat wordt hij gevangen genomen en als een lastige indringer in stilte naar Maastricht afgevoerd. Daar komt hij eind oktober verwaarloosd en uitgeput aan en wordt door de kanunniken van Sint Servaas van nieuwe kleren en onderdak voorzien17. Onufrius ziet in dat zijn missie is mislukt. Het doel van zijn missie: met een geslaagde pauselijke opdracht terugkeren naar Rome en daar als dank een kardinaalshoed ontvangen, gaat in rook op.
Hij schrijft niet alleen een uitvoerig verslag over de lugubere Luikse gebeurtenissen maar besluit om het slechte nieuws in dichtvorm lichter verteerbaar te maken en zo nog enig respect en begrip in Rome te verwerven. Een in die tijd bekende Italiaanse dichter, Angelus de Curribus Sabines, komt naar Maastricht en begint daar aan zijn opdracht, samen met een assistent, de Maastrichtenaar Matthaeus Herbenus. Deze heeft de gebeurtenissen van nabij meegemaakt en kan daardoor de benodigde en betrouwbare informatie verstrekken. In het voorjaar van 1469 reist het drietal, Onufrius, Angelus de Curribus en Matthaeus Herbenus over de Alpen naar Italië om daar in een meer aangename omgeving het karwei te klaren17.

Hoe loopt het uiteindelijk af met de hoofdrolspelers?
Ondanks zijn inspanningen om de slechte boodschap lichter verteerbaar te maken, wil de paus Onufrius niet meer ontvangen en gaat de kardinaalsbenoeming aan zijn neus voorbij. Hij overlijdt teleurgesteld in 1471; op zijn graftombe in Publicolis staat, dat "toen de oorlog de muren van Luik had neergehaald, zulke smart zijn edel gemoed beving, dat de dood zijn levensdraad doorknipte". Herbenus bood het de mogelijkheid om elf jaar lang in Italië te verblijven en daar de prille ontwikkeling van de Italiaanse renaissance mee te maken. Hij keerde als "Humanist van het eerste uur" naar Maastricht terug17.
De Bourgondische hertog Karel de Stoute brengt met de verwoesting van Luik de andere opstandige Vlaamse steden in angst en beven voor eenzelfde lot. Zij houden zich rustig en Karel kan doorgaan met zijn veroveringstochten tot hem dat in 1477 bij de belegering van Nancy noodlottig wordt. Zijn lijk wordt van kostbaar harnas en kleding beroofd en aangevreten door de wolven dagen later in de sneeuw teruggevonden24.
De Franse koning Lodewijk XI slaat onmiddellijk terug en herovert in 1477 grote delen van de Bourgondische gebieden. Daarmee legt hij de grondslag voor een toekomstig Frankrijk en maakt hij een einde aan het Groot Bourgondische Rijk. De Nederlanden komen door het huwelijk van Karelïs dochter Maria met Maximiliaan van Oostenrijk onder Habsburgse dynastie.
De Luikenaren komen in 1477 na de dood van Karel de Stoute nogmaals in opstand tegen hun prins-bisschop Louis de Bourbon en eisen hun verloren rechten en privileges terug. Dat leidt opnieuw tot onrust en strijd. De prins-bisschop moet weer naar Maastricht vluchten. Woedende Luikenaren belegeren daarop Maastricht, maar slagen er niet in de stad te veroveren. Louis de Bourbon stelt een strijdmacht samen en valt de Luikenaren aan. In die veldslag sneuvelt hij in 148223. Hij wordt opgevolgd door Johan IX van Horn, die er in slaagt de gemoederen tot rust te brengen. In 1492 wordt er vrede gesloten en groeit het begrip en het inzicht bij de Luikenaren dat zij vele jaren misbruikt zijn in de machtsstrijd Frankrijk - Bourgondië. Pas in begin van de 16e eeuw kan dan de herbouw van de stad Luik een aanvang nemen.

Uit deze gebeurtenissen kunnen we afleiden dat sinds de verwoesting van Dinant in 1466 er in de Maasvallei talrijke groepen vluchtelingen, bannelingen, opstandelingen en andere groepen verdrevenen rondtrekken. Op zoek naar voedsel en onderdak en bedreigd door legertroepen van Karel de Stoute die proberen de orde te handhaven, zal het reizen en het verblijf in het gebied vol gevaren zijn geweest. Deze situatie lijkt een verband te hebben gehad met het bezoek van Lambier aan de Caestertgroeve. Alvorens daarop in te gaan richten we eerst de aandacht op enkele andere aspecten van Lambiers bezoek aan de groeve.

Conclusies:
- De dramatische gebeurtenissen in het Maasdal bij Luik van 1465 tot 1470 geven enig inzicht in de omstandigheden waaronder Lambier le Pondeur de groeve bezocht. Toeristische uitstapjes naar een mergelgroeve lijken niet mogelijk te zijn in deze periode van oorlogsgeweld.
- Er wordt een opvallende coïncidentie geconstateerd tussen de vlucht van prins-bisschop Louis de Bourbon uit Luik en het bezoek van Lambier le Pondeur aan de groeve.

Þ
  volgende
Ü   terug
Þ   snelkeuzemenu
Ü
   terug naar de rubriek "artikelen"